Cliniclown



Gepubliceerd in MUG (auteur onbekend)


"Bekijk het maar", zei Robbert Bos, toen hem werd verteld dat er wel een cliniclown in hem school.

"Ik in een ziekenhuis. Ik viel al bijna flauw als ik een prik kreeg."

Hij vrolijkt nu al drie jaar lang ernstig en chronisch zieke kinderen op.

"Soms waag je je echt in het hol van de leeuw. We moeten wel eens naar de intensive care. Het kind, dat je vaak al maanden kent, ligt aan allerlei slangen en apparaten. De ouders zijn erg gespannen. En fladderen verpleegkundigen af en aan.

Dan kom jij daar als clown. Dat is ontzettend spannend. Je schrikt je een ongeluk, maar het laatste wat er mag gebeuren, is dat je uit je rol valt. Intussen vraag je je wel constant af: redt het kind het wel?"

Van de cliniclown wordt verwacht dat hij zulke emotionele situatie aankan. De eisen, die de Stichting Cliniclowns Nederland stelt, zijn dan ook niet misselijk. Uitsluitend iemand met aantoonbare clowns ervaring komt in aanmerking. Hij heeft bij voorkeur een medische en pedagogische achtergrond. En verder is improvisatievermogen onontbeerlijk.

"We weten van tevoren nooit wat we gaan uitspoken. Het kind geeft aan wat er gebeurt. We kijken wat het aan het doen is. Hoe het op ons reageert. Lokken het een beetje uit zijn tent. We zijn met z'n tweeŽn, dus valt de een stil, dan neemt de ander het over. Soms wordt het uiterste van je gevergd, maar je krijgt er veel voor terug. Er gebeurt elke dag wel iets leuks."

"Geregeld kwamen we bij een jongen die geestelijk wat achterliep. Op een keer bewoog hij zijn voeten onder de lakens. "Kijk, er ligt een hond onder mijn lakens", zei hij. "Hoe kom je daarbij?", zeiden wij. "Dat is geen hond, dat zijn je voeten."

"Het is wel een hond", zei hij, en hij begon te blaffen.

Uiteindelijk gingen wij overstag en gaven toe dat het een hond was. Hoorden we later dat hij het de hele week over ons had gehad. Hoe die ontiegelijk domme clowns konden geloven dat er een hond onder zijn lakens lag...