Bespiegelingen van een Cliniclown

Valkuilen graven voor jezelf



Š Robbert Bos (ex-CliniClown)

Wat is er mooier dan plezier komen brengen bij kinderen die dat hard nodig hebben? Op zo’n manier, dat je er zelf ook immens van geniet? Vaak zeggen we aan het einde van een Cliniclowns-dag: “Wat een heerlijk vak!”

Wat mis kān gaan, gaat mis

Het gaat erom dat we de eigenwaarde van het kind versterken. Dat we het laten voelen dat het meer weet, slimmer en leuker is dan wij. Dat het ons de baas is. Dat
wij als clowns de sterren van de hemel spelen, is niet zo belangrijk, het gaat er vooral om dat het kind schittert.

Dāt voor elkaar krijgen, is steeds weer de uitdaging. Dus brengen we ons zelf in de problemen.

Hoe? Door een quiz te beginnen om te laten zien wat voor slimme clowns wij zijn, maar dan op geen enkele vraag het juiste antwoord weten.

Door ons heel belangrijk voor te doen (als burgemeester of uitvinder bijvoorbeeld) en met veel moeite op een voetstuk klimmen, om er binnen de kortste keren weer af te tuimelen. Door ervan genieten om valkuilen voor jezelf te graven. Met verve afgaan, falen, flateren.

Als slungelige clown kan ik bijvoorbeeld nooit iemand vinden die met me wil trouwen. “Als je nou eens opnieuw de kamer binnenkomt, maar dan heel stoer! Misschien lukt het dan eindelijk,” fluistert mijn vrouwelijke clowns-maatje behulpzaam. Net hard genoeg zodat iedereen het hoort.

Dus ik naar buiten om opnieuw binnen te komen. Stoer dit keer. Lopend als een bink. Totdat ik uitglijd in een spagaat, waar ik niet meer uit omhoog kan komen.

Achteloos op een prullenbak leunen, totdat ik erin vast kom te zitten. Cool op een stoel willen gaan zitten, maar ernaast belanden in plaats van er op.

Op de vraag: “Waar kom jij vandaan?” vol overtuiging beschrijven en voordoen hoe clowns - net als iedereen - uit een ei kwomen, dat door de ooievaar in een boerenkool is gelegd in de tuin van hun moeder.

Iets nog veel slimmers willen zeggen, maar met een mond vol tong staan.

Hopeloos. Geen van de meiden wil met me trouwen. Dus neemt mijn collega me maar weer op sleeptouw.


Veiligheid staat in het clowns-werk voorop

Een heleboel kinderen vinden dat soort dingen heerlijk. Maar soms moet je aanpak weer heel anders zijn.

Als een kind schrikt van ons, of bang is, dan stemmen we ons clowns spel daar helemaal op af. Bijvoorbeeld door ons kleiner te maken. Of door op een afstand te spelen. Zo ver mogelijk weg, in een hoekje van de kamer, of buiten voor de deur, voor het raam. Of heel stil.

Of zelf zijn we
nog banger dan het kind. Of we richten ons helemaal op elkaar of de andere aanwezigen. Zodat het kind veilig kan toekijken naar wat de clowns uitspoken. ’t Is steeds weer de kunst: hoe maken we het voor het kind zo veilig mogelijk. En leuk natuurlijk.