“Welbevinden van zieke kind staat voor mij centraal”

Nieuwe directeur blikt vooruit


Robbert Bos (ex-CliniClown)


Sinds 1 maart 1999 heeft de Stichting CliniClowns Nederland een nieuwe directeur: Tom Doude van Troostwijk. Wij spraken met hem enkele weken voor hij zijn intrede deed in het nieuwe pand.

Je komt helemaal nieuw in deze organisatie. Wat is je eerste indruk?
“Het is een wonderlijke club. In de goede zin van het woord. Neem de naamsbekendheid. Die schat ik tussen de 60 en 70 procent. In zes jaar tijd. Er zijn weinig organisaties in Nederland die dat lukt, zonder er miljoenen guldens tegenaan te gooien. De Cliniclowns hoeven dat niet te doen. Want het gaat om kinderen, ziekte, lachen en huilen. Die essentile combinatie raakt mensen in hun hart. De grote naamsbekendheid is dus niet verwonderlijk, maar wel een hele prestatie.
Daarmee samenhangend een geweldige prestatie op het gebied van fondsenwerving. Als je ziet wat er binnengekomen is in al die jaren, hoeveel mensen zich daarvoor inzetten aan ambassadeurs, sponsors, serviceclubs, scholen en sportverenigingen…”

Verwarring
“De goodwill, steun, inkomen, en bekendheid zijn dus aanwezig. Wat me tegelijkertijd opvalt, is dat desondanks eigenlijk weinig bekend is wat we nu precies doen en hoe dat zich verhoudt tot andere organisaties die op dit terrein werkzaam zijn. Zo haalt men ons nogal eens door elkaar met bijvoorbeeld het Ronald MacDonald Huis. Dat is absoluut een punt waaraan we de komende tijd veel aandacht gaan besteden.
Ook moeten we ons als organisatie nog beter dan voorheen realiseren dat al dat geld, goodwill en inzet van mensen uiteindelijk ten goede moet komen aan het zieke kind.

Nieuwheid pluspunt
Ik ga me van alles laten wijsmaken! Heerlijk. Ik ben nieuw, een onbevangen leek. Dat heeft een voordeel. De eerste maanden kan ik alles betrekkelijk objectief bekijken. Als een buitenstaander. Niet dat ik daarna een onderdeel van het meubilair geworden ben, maar wel erg betrokken. Het is belangrijk om je steeds af te vragen: wat ziet een buitenstaander als hij naar de Cliniclowns kijkt? En daar je visie op te baseren.
Een van de eerste dingen die ik ga doen: mijn eigen kennis vergroten. Door met de clowns mee te gaan. Door veel gesprekken te voeren met mensen van het bestuur, kantoor, clowns, en buitenstaanders. Niks zeggen, gewoon luisteren en kijken. Op me laten inwerken wat er nou eigenlijk gebeurt.

Richting zoeken
Wat zie je als je belangrijkste uitdaging?
“De lijn uitzetten, de richting die we in de toekomst opgaan. De maatschappij verandert constant, de gezondheidszorg verandert, er is vandaag de dag geen enkele organisatie meer die zonder veranderingen kan overleven. Dat geldt ook voor de Cliniclowns. Als wij alles bij hetzelfde zouden houden, krijgen we een probleem: een soort metaalmoeheid. Maar als je verandert, moet je een ‘ster’ hebben om je op te richten met je beleid en activiteiten.
Dat wij leuk werk doen, is n ding, maar je moet beginnen met de vraag: wat is er in die wereld van de zieke kinderen aan de hand? Wat zijn de ontwikkelingen en trends: medisch, politiek, noem maar op. Op basis daarvan kun je zeggen wat nodig is in de komende jaren.

Kind centraal
Dan gaan we antwoorden zoeken op allerlei vragen. Zoals: Wat gaan we behouden? Gaan we meer van hetzelfde doen? Meer doen in ziekenhuizen waar we al werken? Verbreden naar andere ziekenhuizen en instellingen? Samenwerken met gelijkgezinde organisaties in binnen- en buitenland? Activiteiten professionaliseren, zoals voorlichting en fondsenwerving? Meer doen aan bewustwording en educatie? Hoe kunnen we permanent leren van wat we doen? Hoe kunnen we onze huisstijl verbeteren? Hoe kunnen we al onze medewerkers optimaal laten functioneren: met het meeste plezier en hart voor hun werk? En vooral: wanneer is wt nodig, in welke volgorde, en wie doet het?
Wt we ook gaan doen: het moet leiden tot een betere situatie voor het zieke kind. Dat staat centraal.

Geen winkeloppas
Uiteindelijk ga ik zeggen: ‘Dit is volgens mij de lijn die we moeten kiezen met elkaar, en die ga ik aan het bestuur voorstellen’. Daarbij hoort een uitvoeringsplan. Al dat soort veranderingen realiseer je natuurlijk niet binnen een jaar. Maar ik ben absoluut niet iemand die op de winkel gaat zitten passen, wachtend tot er wat gebeurt…

Geloof in samenwerking
Dit alles ga ik niet in mijn eentje uitzoeken. Ik ga me niet in een toren terugtrekken, waar dan de witte rook uitkomt als ik het briljant idee bedenk… Nee, ik vertrouw op samenwerking tussen mensen. Ik ben niet het type leider dat per s n kant op wil, maar iemand die luistert. Ik geloof heilig in de samenwerking en consensus tussen mensen.
Ik geloof ook in: bouwen op wat je voorgangers hebben gedaan. Altijd begin je met een pioniersfase. Tot blijkt dat er weer andere kennis en kunde nodig is. Dan krijg je een eerste professionaliseringsslag. Door ontwikkelingen in de organisatie of in de omgeving moet je je na een poosje weer afvragen waarvoor je eigenlijk op de wereld bent.
Dat is de tweede professionaliseringslag. Die zie je in elke zich ontwikkelende organisatie. Daar is de stichting nu mee bezig, en het lijkt me ontzettend leuk om daaraan een steentje bij te dragen.”


Toezicht houdt scherp
Je spreekt vaak over professionalisering. Heb je een concreet voorbeeld?
“Voor zo’n grote en bekende organisatie is het onvermijdelijk dat vanuit de samenleving steeds meer gekeken wordt of je je netjes gedraagt. Wat dat betreft is het uitstekend dat de eerste kritische vragen uit de media al gesteld zijn. Gelukkig hebben we ook het Centraal Bureau Fondsenwerving, dat ook nauwkeurig toezicht houdt op ons reilen en zeilen. Als je geloofwaardigheid nastreeft, heb je zulke feedback heb je heel hard nodig.
Je moet alles steeds beter kunnen verantwoorden. Dat vereist van ons professionalisering. Vooral op het gebied van fondsenwerving, voorlichting, organisatie.”

Echt samenwerken
Wat heb jij nodig? Van bestuursleden, ambassadeurs, bureaumedewerkers en clowns?
“Steun. Morele steun is essentieel. Dat je met elkaar inziet dat het goed is om verder te groeien. Dat je zin hebt om te veranderen. Steun betekent ook: niet zeuren over het verleden. Zadel mij daar niet mee op, want daar kan ik niks mee.
We gaan werken aan de toekomst. Met z’n allen, smen. Nou hebben alle mensen die hieraan meewerken, andere invalshoeken: creatieve, emotionele, organisatorische, enzovoort. Dus is het belangrijk dat je elkaars vakkennis, “teamrollen”, “kernkwaliteiten” en gebruiksaanwijzingen kent, respecteert, en er ook eisen aan stelt. Alleen dan kun je goed samenwerken.
Daar mogen best afwijkende meningen bijzitten. Er zijn mensen die meer van volledig consonante muziek houden dan van dissonante muziek. Maar die dissonanten kunnen het wel spannend maken… Dat is het mooie: dissonanten, dus zaken die schijnbaar niet bij elkaar horen, brengen dingen bij elkaar die wezenlijk verbonden zijn.
Dat doen de clowns ook: zij zijn in staat om dingen met elkaar te verbinden waarvan ze weten dat ze in wezen bij elkaar horen, maar die anderen niet bij elkaar kunnen brengen. De traan en de lach. Humor en ziekte. Serieusheid en onzin.”

Gein en genade
Wat heb jij met clowns en humor?
“Ik mag zelf graag grappen maken, en ik hou van mensen die humoristisch zijn. Die hebben gein. Het woord ‘gein’ is een Jiddisch woord, dat komt van dezelfde stam als het woord ‘genade’. Ook volgens mijn levensopvatting liggen die twee heel dicht tegen elkaar aan.
Genade zegt iets over de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Daar heeft gein mee te maken. Daarom ligt ook een lach en een traan zo dicht bij elkaar. Denk maar aan alle joodse en Jiddische humor. Wat daar voor wereld van verdriet achter ligt. Dat is niet de platte humor.
Echte gein gaat over de wezenlijke dingen in het leven. Ik hou van dat soort humor. Niet alleen omdat je om die dingen kunt lachen, maar omdat het mij ook iets leert over het leven. Volgens mij heb je het daarover als je spreekt over de professie van de Cliniclown.

Spannende emoties
Ik ben enorm gemotiveerd voor mijn werk, maar leef niet uitsluitend om te werken. Hard werken is prima, maar stress maakt niemand blij.
Ik heb zelf drie gezonde kinderen van dertien, elf en acht jaar. Fantastisch. Daar wil ik veel tijd aan besteden. Wat je je kinderen nu kunt meegeven aan lol, plezier, ontwikkeling - dat is erg belangrijk.
Wat ik zelf eigenlijk heel spannend vind: hoe het gaat met mijn eigen emoties als ik binnen het ziekenhuis in aanraking kom met de zieke kinderen en de clowns. Ik hoop van de clowns nog heel veel te horen over hun ervaringen op dat gebied.

Frisse wind, frisse neus
Mijn jongste dochter vraagt of ik nu ook clown wordt. Nee dus. De stichting beschikt al over uistekende kwaliteit op dat front. Dat werk kan echter alleen maar gedijen bij de gratie van een organisatie die dat werk mogelijk maakt. Daar heb je weer andere kennis en kundes voor nodig. Ik moet dus vooral gn clownsneus opzetten.”
Wel haalt hij nu elke dag een frisse neus: hij geniet ervan dat hij voor het eerst van zijn leven op de fiets naar z’n werk kan. Waar we ongetwijfeld nog veel van hem zullen horen.

(Gepubliceerd in:
Cliniclowns Nieuws, voorjaar 1999)