Clini Clowns anecdotes
© Robbert
Bos (ex-CliniClown)
Vuurwerk
Een
rol verpakkingsplastic met van die luchtkussentjes.
Daarmee lopen CliniClowns Pien en Bram over de
afdeling. Zwaar hoor, zo’n rol plastic lucht. Ze
sjouwen hem zuchtend een kinderkamer in. Als ze voor
een van de twee bedden staan, knalt er een per ongeluk
expres luchtbolletje kapot. Van schrik springen ze
omhoog en hebben meteen alle aandacht. Even later
knallen er nog een paar. Waar komt dat nou vandaan?
Rienk, een jongen van een jaar of zes, legt het uit.
- Kom
eens hier, dan zal ik het laten zien.
Hij probeert een luchtkussentje kapot te knijpen, maar
met z’n kleine handen lukt dat niet. Dus wij
proberen hem te helpen. We vragen of hij een hamer
heeft. Een bijl. Een heimachine.
- Nee,
natuurlijk heb ik dat niet! Niet hier! Dit is een
ziekenhuis!
Ondertussen laat een van Bram de rol op de grond
vallen. En stapt er per ongeluk op. Knàl. Hij schiet
omhoog. Bij het neerkomen knalt er nog meer. Pien
overkomt hetzelfde.
"Dit is niet
best Rienk..."
Rienk kijkt
rustig hoe hij kan helpen. Hij klautert z’n bed
uit, trekt z’n infuus achter zich aan, en begint
over het plastic te lopen. Knal, knal. Lisa, een meisje
van 4, komt ook uit bed en helpt hem enthousiast.
Vuurwerk!
Met hun handen in de oren staan de CliniClowns erbij en
kijken ernaar. De lap plastic heeft een lengte van
pakweg anderhalve meter, maar het aantal knalbolletjes
lijkt eindeloos. Na tien minuten knallen ze nog steeds.
Dan gaat Bram met z’n grote clownsschoenen ook
helpen. Om de beurt gaan ze over de plastic bolletjes
heen. De ouders zitten stralend te kijken naar hun
kinderen: één en al dynamiek en energie. Die staan in
vuur en vlam. Pas als het eindelijk stil is, kunnen de
clowns weer verder.
In
de vouw
Een week later. Dezelfde Rienk met z’n zusje. Dit
maal niet op zaal, maar in een wachtkamer. Bram komt in
z'n eentje bij hen, sjouwend met een meters lange
plastic zak. Helemaal verkreukeld en uitgescheurd. Bram
kreunt en steunt.
- Wat is er Bram? Vragen de
kinderen allebei tegelijk.
“Vouw dit even op”, zei een witjas tegen
me. Maar hoe moet dat nou?
Hulpeloos staat Bram met de verfrommelde bol plastic in
z’n handen. Graait erin, komt erin vast te
zitten, kijkt ernaar, schudt wanhopig zijn hoofd.
-
Zullen wij je even helpen?
- Nou, nee,
laat maar. Het lukt gewoon niet. Ik ben er al een uur
mee bezig.
Brommend en morrend staat Bram met de zak in zijn
armen. Maar kinderen staan al naast hem. Vertellen dat
hij eerst de punten moet zoeken. Hij graait en draait
steeds wilder, en kan geen punten vinden. Rienk vindt
er binnen een paar seconden wèl een.
-
Als jij nou de andere punt pakt, Bram, dan kunnen we
vouwen.
Natuurlijk
kan Bram die andere punt niet vinden, dus pakt hij de
punt van Rienk en geeft die aan z’n zusje, zodat
Rienk verder op zoek kan. Zodra Rienk de andere punt
gevonden heeft, pakt Bram die punt en geeft hem aan het
zusje, waardoor die haar punt weer kwijt is. Kortom:
een enorm geklungel met die lerp plastic. Uiteindelijk
zet Rienk Bram op z’n nummer:
- Ga jij
nou maar dáár staan, dan vouwen wij die zak wel
op.
En dat doen ze, terwijl Bram hen van een afstand
probeert te helpen met niet-zo-slimme aanwijzingen.
Uiterst serieus staan de twee te vouwen. Tong uit de
mond… Hun moeder kan – tegen haar zin
– haar lach niet inhouden en Bram staat ook te
hikken. Uiteindelijk krijgt hij de opgevouwen zak mee.
Met het wijze advies:
-
En nou nèrgens meer aanzitten Bram! Gewoon zo
teruggeven aan die witjas!
