Gek doen in het ziekenhuis
01-12-2000, MANSCHOT, A. in het tijdschrift OPZIJ

In de rubriek Collega's ditmaal Hanneke Heessels, 43, en Robbert Bos, 48, die als cliniclowns kinderen in het ziekenhuis afleiding bezorgen.

HANNEKE: "Mensen vragen vaak: is jullie werk niet zwaar. Ik vind het niet zwaar. Het zijn niet je eigen kinderen die ziek zijn. Ik probeer uit zelfbescherming wel afstand te houden van al het leed. Als je dat niet doet, gaat dat ook ten koste van je clown zijn."

ROBBERT: "Zo stortte een gestreste vader eens op de gang in het ziekenhuis zijn hart bij mij uit. Ik was in één klap al mijn energie kwijt."

HANNEKE: "Ik was al bewust een einde verder gaan staan..."

ROBBERT: "Dit werk zou fulltime veel te zwaar zijn. Wij doen het alleen op maandag en dinsdag. Op dinsdagavond ben ik meestal bekaf."

HANNEKE: "We treden nu ruim vier jaar als duo op in het Leids Universitair Medisch Centrum en het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam."

ROBBERT: "Clownswerk in een ziekenhuis is totaal anders dan in een circus. Wij treden vaak in kleine kamertjes op, niet zelden vanachter een glazen wand. We mogen niet teveel lawaai maken, geen rotzooi achterlaten en moeten goed op de emoties van ons publiek letten."

HANNEKE: "We checken altijd even of we welkom zijn. In het begin vroegen we dat rechtstreeks, nu merken we dat zonder woorden."

ROBBERT: "Voordat ik cliniclown werd, had ik niet meegemaakt dat iemand die ik goed kende, doodging."

HANNEKE: "IN ons werk gebeurt dat vrij vaak, maar we gaan principieel niet naar de begrafenis. Dan wordt het veel te persoonlijk."

ROBBERT: "Dit is mijn eerste vaste baan. Ik heb hiervoor van alles en niks gedaan: ik wilde inspecteur worden, maar heb de politie-academie niet afgemaakt. Ik ben meditatieleraar geweest, heb als freelance schrijver voor alternatieve bladen gewerkt en ben ook nog studie-adviseur geweest. Na mijn scheiding in 1990 besloot ik te doen wat ik altijd al wilde: toneel spelen. Wat ik eigenlijk al wist, werd toen frustrerend duidelijk: ik kan geen teksten onthouden. Daarom heb ik trainingen in improviserend theater gevolgd."

HANNEKE: "Ik heb twee toneelopleidingen achter de rug; ben als clown begonnen en heb daarna jarenlang in het kindertheater gewerkt. Na de geboorte van mijn eerste dochter raadde een vriend mij aan cliniclown te worden."

ROBBERT: "Ik kwam ook bij de Stichting Cliniclowns terecht op iemands advies. Het leek me eerst niks; mijn hart ligt bij de alternatieve geneeskunde. Als je alleen al kijkt wat voor t roep kinderen in ziekenhuizen eten: patat, pannenkoeken. Maar toen bedacht ik dat het tussen mij en kinderen meestal klikt. En het leek me ook zinvol om zieke kinderen - en hun ouders - even afleiding te bezorgen."

HANNEKE: "Voor Robbert had ik al een jaar met een andere clown gewerkt. Toen ik een nieuwe clown nodig had, waren er slechts twee sollicitanten. Allebei zeer onervaren. Ik heb voor de leukste gekozen. Robbert is een beetje gek, een weirdo. Dan wordt het tenminste niet saai, dacht ik. Ik vroeg me wel met schrik af: waar begin ik aan."

ROBBERT: "De eerste drie maanden was ik al blij dat ik de dagen in het ziekenhuis overleefde. Het spelen kostte zoveel energie dat ik geregeld het contact met het kind kwijtraakte. Pas na drie maanden kon ik me een beetje ontspannen in mijn spel."

HANNEKE: "Toen we 2 jaar samenwerkten, hebben we een crisis gehad. We gingen te harmonieus met elkaar om, kwamen hand in hand de zaal op. In ons spel durfden we nauwelijks conflicten met elkaar aan te gaan, we hadden ook veel te weinig lol samen. We hebben toen samen een clowns training op Ibiza gevolgd. Ik kwam huilend terug."

ROBBERT: "Het is allemaal goed gekomen. We hebben ons steeds meer tot twee extreme theatertypes ontwikkeld."

HANNEKE: "Ik speel Hansje, de brutale clown, de durfal, de kattenkop. Een beetje een uitvergroting van mezelf: ik heb graag de leiding."

ROBBERT: "Ik ben clown Bram, de schlemiel, de onbenul. Er zijn in mijn leven veel dingen mislukt. Een clown is de meester van de mislukking. Ik vind het heerlijk om voor joker te staan, te stuntelen. Vooral jongens trekken vaak partij voor mij."

HANNEKE: "Meisjes genieten ervan dat ik zo bazig ben. We hebben de rollen wel eens omgedraaid, maar dat werkt absoluut niet."

ROBBERT: "In Oostenrijk spelen cliniclowns ook voor demente bejaarden. Dat zou ik op den duur ook wel willen."

HANNEKE: "Ik zou me ook kunnen voorstellen dat ik steeds minder goed tegen dit werk kan."

ROBBERT: "Je kunt altijd nog terug naar 1 dag per week, Hanneke..."