Helpende Hand | De Cliniclowns



Tekst: Ellen de Visser, de Volkskrant, zaterdag 20 juli 2002


De cliniclowns zijn de enigen in het ziekenhuis met wie een kind niet over ziek zijn hoeft te praten. De dokters, de verpleegkundigen, zelfs de ouder die op bezoek komen; ze zijn allemaal bezig met beter worden en ze vragen steeds: hoe gaat het nou?

Dan kan het een verademing zijn als er plots 2 clowns aan het bed komen de de pot snoep op het nachtkastje wegpikken en roepen: "die mogen wij wel hŤ?"

"Lucht brengen", zo omschrijft Susan Beijer (clown Pien) het vermaak dat ze zieke kinderen biedt. Samen met Robbert Bos (clown Bram) vormt ze een duo dat op dinsdag en donderdag een aantal vaste ziekenhuizen bezoekt.

"Kinderen die ernstig ziek zijn, moeten al zoveel. Wij zijn lekker dom. We krijgen de deur niet open of kunnen iets wat zogenaamd kapot is, niet maken. Dan komen ze, soms zuchtend om onze stommiteiten, hun bed uit om te helpen."

Bijer (34) een Bos (50) werken met 56 collega-clowns in honderd ziekenhuizen en instellingen. Ze hebben bij de stichting CliniClowns een professionele opleiding gehad, twee stages gevolgd, ze worden regelmatig beoordeeld door een coach en krijgen voortdurend bijscholing. Hun werk wordt betaald door de stichting. Bos is naast clown ook tekstschrijver; Beijer zorgt voor haar pasgeboren zoon.

Bij de stichting komen jaarlijks honderden open sollicitaties binnen, maar de screening van clowns is streng. Zeer goede contactuele eigenschappen, een veelzijdig talent en een groot improvisatievermogen zijn absolute voorwaarden.

Pien en Bram spelen dinsdagmiddag op de locatie Sophia van het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum met het zonnescherm van de kamer van 2 meisjes. Daarna vraagt Bram beide moeders ten huwelijk. Een kwartier later dweilen ze in de naastgelegen kamer het zeil omdat een snoepje op de grond is gevallen. Ze snappen niet hoe de kraan werkt; daarvoor moet een van de jongens uit bed komen.

Wie zich te oud voelt voor een clowns bezoek wordt soms met de duimstok van Bram opgemeten. Dan doen de clowns voor wat ze voor het kind in petto zouden hebben gehad, als het maar niet zo groot was geweest...

Voordat ze de afdeling opgaan, verteld de pedagogisch medewerker bij wie ze terecht kunnen. Sommige kinderen zijn te ziek of vinden een clown niet leuk. Van anderen moeten ze weten dat die beslist hun bed niet uit mogen of dat er in verband met eetproblemen beter niet over voedsel kan worden gepraat.

Aan therapie doen ze niet, zegt Bos. "Wij staan buiten het medische proces, praten niet in opdracht met kinderen over bepaalde problemen."

Een keer kwam hij bij een meisje dat moeite had met pillen slikken, toen net een verpleegkundige de medicijnen kwam uitdelen. "Toen heb ik heel overdreven gedaan alsof ik doodsbang was van die pillen. Waarop zij ze doorslikte en zei: "kijk eens wat ik durf". Maar dat zijn cadeautjes, daar gaan we niet naar op zoek."

Soms vloeien er tranen, ook bij de clowns. Er overlijden patiŽntjes die ze lang hebben gekend. Ooit speelden ze voor een baby'tje van driemaanden met een terminale ziekte. Bos: "De vader zat op bed, aaide dat kindje over zijn buik en begon toen zachtjes te huilen. En ik stond daar, met mijn mondharmonica. Dat was enorm aangrijpend. Toen we later op de gang stonden, zei Susan: nou moet ik even helemaal niks."

Dat ze ziekte en leed door een clowns bril zien, maakt veel uit, zegt Beijer. "We hebben een rode neus op, we zijn niet wie we zijn." Wat haar vooral raakt, zegt ze, is de onmacht van ouders. "Kinderen blijven, hoe ziek ook, toch kinderen."