Artikel over CliniClowns: Protocol van de gein


door Joop van de Leemput
Gepubliceerd in Monitor, het blad van het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis, juni/juli 2003


Cliniclowns: aan vooroordelen geen gebrek, maar hoe zit het nou echt? 'Bram & Pien' over hun activiteiten in Erasmus MC-Sophia kinderziekenhuis. Pien: "Wij brengen lucht, meer niet. Frisse, soms broodnodige, lucht." Bram: "We zijn zinloos en nutteloos."

Het beeld van de labiele cliniclown die onaangekondigd een kamer op rent, boven een willekeurig bed gaat hangen en daar een doodziek kind met een toeter recht in het gezicht blaast, zo'n karikatuur scoort lekker in een conference van cabaretiers. Maar zo werkt het niet.

Cliniclown Bram, oftewel Robbert Bos: "We gaan niet onvoorbereid naar een ziek kind. De pedagogische medewerkers vertellen ons vooraf wat we moeten weten: de naam, leeftijd en bijvoorbeeld of een kind doof is, of blind. Soms is een kind lichamelijk zestien jaar, maar geestelijk pas negen. Vaak vertellen ze ons kleine bijzonderheden: een kind mag morgen naar huis, of was gisteren jarig. Daar haken we dan op in."

Cliniclown Pien, oftewel Susan Beijer: "Laatst traden we op voor een kind dat blind is. Zoiets moet je als clown weten. Je kunt dan eerst voorzichtig de kamer binnenkomen. Later ga je dom tegen voorwerpen botsen. Je werkt dus veel met geluid. En je gebruikt muziek."

Bram: "Natuurlijk houden wij rekening met de stemming waarin een kind verkeert. We beginnen altijd voorzichtig. Eerst maken we contact door het raam. We tasten af. Als een kind 'nee' schudt, lopen we door."

Pien: "Kinderen zijn eerlijk, hoor. Laatst deden wij een heel dom dansje bij een meisje dat ijverig zat te plakken. Dat kind zucht diep en vraagt ons: 'Gaan jullie nog leuk doen?'

Bram: "Wij kijken elkaar verbaasd aan. Leuk doen!? Nee, wij doen alleen stom."

Pien: "Ja, en je mag absoluut niet lachen. Dat weet je toch? Lachen is bij ons streng verboden."

Bram: "Zo kom je al improviserend op gang. Toen ik als cliniclown begon, speelde ik vaak voor de schaterlach. Maar die hoef je helemaal niet altijd te bereiken."

Pien: "Ons doel is niet: als wij langs zijn geweest, heeft het kind de rest van de week pret. Het gaat vaak om kleine dingen: een twinkeling in de ogen, een gebaar, een glimlach, een zwaai als afscheid. Of een reactie. Dan plagen wij bijvoorbeeld: waarom plak je de pingun ondersteboven? Kinderen kunnen fel reageren op zulke opmerkingen: 'Dat is he-le-maal niet ondersteboven!"

Bram: "We werken veel met fantasie, vooral bij hele ernstig zieke kinderen die weinig meer kunnen. Laatst hadden we met een meisje afgesproken: 'We gaan elkaar ontmoeten in onze dromen, ok?' De volgende keer dat we haar bezochten, vertelden we dat we haar op de maan hadden ontmoet. Er was een feest gaande, met allemaal marsmannetjes. Dat meisje stond in het midden. Ze droeg een zilveren jurk. Prachtig, zij verlichtte de hele maan."

Pien: "Tijdens het vertellen zakte dat meisje weg in slaap. Dat was z mooi."

Bram: "En later hoorden we van een verpleegkundige dat ze had verteld over de maan… Tijdens ons optreden laten we kinderen op hun mooist zijn, als een prinsesje. Of ze zijn de held, of de slimste. Wij cliniclowns zijn dom, heel dom."

Pien: "In een kinderziekenhuis krijgen kinderen voortdurend te horen wat ze moeten doen. Wij draaien de rol om. Wij zeggen: 'Nou mag jij vertellen wat wij moeten doen'. Soms reageren ze dan helemaal verbaasd."

Bram: "Wij kunnen ons dingen permitteren die voor ouders en verpleegkundigen gevoelig liggen. Een ouder kan moeilijk aan een doodziek kind beloven: 'Volgende week gaan we paard rijden op het strand.' Maar een domme clown mag dat wel doen."

Pien: "Ja, dan gaan we 'paardrijden' op de kamer. En ik spring achterop. Het kind vertelt waar we naar toe galopperen."

Bram: "Wij improviseren, we spelen in op de reactie van het kind. Eerst tast je af. Soms slaat je spel niet aan, dan zeggen we: 'Je vindt het stom, h?' We verwoorden wat het kind denkt. Daarna vervolg je bijvoorbeeld met: 'Leg eens uit hoe het ng stommer kan'."

Pien: "Soms maakt een kind direct een uitnodigende opening. Wij lopen langs en het steekt z'n tong uit. Nou, dan vlucht ik! Want een clown, die is niet dapper. Het kind wel, dat is de held, de winnaar. En de clown komt bibberend van schrik aan het bed."

Bram: "Wij volgen in ons spel geen regels. We kennen de ziekte niet precies en vormen geen onderdeel van de behandeling. Wij zijn zinloos en nutteloos, strikt medisch gezien."

Pien: "Wij roepen zinloze woorden, we maken elkaar uit voor 'vierkante druif.' Kinderen mogen meedoen met ruziemaken. Dan roepen ze: 'Wc!' Wij maken er dan van: 'Gle wc!' Wij willen nooit therapeutisch worden ingezet, we moeten niet geassocieerd worden met ingrepen, infusen, prikken."

Bram: "Aan protocollen doen wij niet, niets ligt tevoren vast, ons spel is open. Kinderen mogen ons corrigeren, uitdagen, straffen, streng toespreken. Bij ons hebben kinderen de macht. In een ziekenhuis heb je allerlei protocollen, net als vroeger aan het hof. Alleen bestaat de huidige hofhouding uit verpleegkundigen en artsen. En moderne protocollen gaan over medische handelingen. Cliniclowns mogen echter de draak steken met protocollen en voorschriften, net als de hofnar vroeger. Wat trouwens wel geweldig is: sommige artsen wachten netjes op de gang terwijl we spelen. Zijn we klaar, dan vragen ze: 'En, was het gezellig?' "

Pien: "Alle culturen kennen de clown, de dorpsgek, de pias, de komediant. Daarom kunnen wij voor kinderen uit allerlei culturen spelen. Wel zien clowns er per cultuur anders uit. Een Nederlandse clown kan voor een Afrikaans kind op een geest lijken."

Bram: "Maar stomme dingen doen, dat is overal voorbehouden aan clowns.'

Pien: "Lopen we door de gang, komen we een schoonmaker met z'n kar tegen, dan groeten we plechtig: 'Dag dokter'."

Bram: "Bij een personeelslid dat druk staat te kopiren, lezen wij nadrukkelijk alle suffe aanwijzingen op het apparaat: 'Apparaat niet uitzetten!', 'Bij storing 35700 bellen.' Soms kijken mensen verstoord op, maar dan zie je ze denken: 'Oh, het zijn de clowns.' Dan mag het wel."

Pien: "Ik kan me voorstellen dat mensen het spel van cliniclowns verkeerd interpreteren. Soms heeft een kind een lager geestelijk niveau dan z'n leeftijd. Daar stemmen wij ons spel op af. Een buitenstaander kan dan denken: is dat nou alles wat ze kunnen, spelen met zo'n kinderachtig handpoppetje?"

Bram: "Soms spelen we op twintig centimeter afstand, omdat een kind anders enkel vlekken zou zien."

Pien: "Bij kinderen die aarzelen, spelen we eerst met elkaar. Of we communiceren via een knuffelbeest op het bed. Laatst bij een jongetje met Down, gebeurde dat via een pluche hond. Zo leg je contact. Toen we afscheid namen, liet hij z'n hond naar ons zwaaien."

Bram: "We spelen ook via ouders, kinderen vinden dat vaak geweldig. Dan gaan wij bijvoorbeeld de kamer en het bed slopen en moet vader alle onderdelen vasthouden. Hij raakt er helemaal onder bedolven. Het kind hoeft niet deel te nemen, het kan veilig vanuit bed toekijken."

Pien: "Je moet alert blijven op de reactie van het kind. Soms zwaait een ouder op de kamer enthousiast: kom binnen! Wij letten op of het kind dat k wil."

Bram: "Wij merken dat de cliniclowns gevoelig liggen. 'Leuk' en 'ziekenhuis', dat moet volgens sommige mensen gescheiden blijven. Daarom is het goed dat er keuzevrijheid bestaat om ons te ontvangen. Het mg, het hoeft niet."

Pien: "Openheid hierover is goed. Een moeder die net slecht nieuws had gehad, zei tegen ons: 'Vandaag even niet'. Geen probleem, waarom zou dat niet kunnen?"

Bram: "Een vader vol stress, die net van de camping was teruggekomen en te horen had gekregen dat zijn kind kanker had, verliet de kamer. Hij vond het prima dat wij kwamen, maar hij kon het zelf niet aan."

Pien: "Je hebt bij kinderen allerlei soorten 'nee'. Bijvoorbeeld: 'Nee, ik wil niet.' 'Nee, ik vind het eng.' 'Nee, ik durf niet mee te doen.' 'Nee, ik ben hier te groot voor.'

Bram: 'Dan pakken wij een meetlint, en bevestigen we: jij bent inderdaad te groot."

Pien: "Vaak liggen kinderen bij elkaar op een kamer. Zij zijn verschillend van leeftijd, niveau, karakter. Laatst bezochten we een meisje dat de hele tijd n regel zong: 'Pipo de clown en la la loe." De rest kende ze niet. Wij ook niet, trouwens. Het ging almaar door, wel dertig keer. Het leek dwangmatig, maar zij had er zichtbaar schik in. En wij deden mee.

Op die kamer lag ook een wat jongen van veertien jaar, die werd er gek van. Die jongen hebben we eerst handdoeken gegeven om in z'n oren te stoppen. En later een blik met stiften. Zo van: 'Het is inderdaad vreselijk, maar misschien kan jij de maat aangeven.' Die jongen raakte steeds meer geamuseerd. Het werd een melige boel en tegen het einde, toen iedereen helemaal gestrd was geworden van 'Pipo de clown en la la loe', zat hij het meest fanatiek te schudden met de blik."

Bram: "Geweldig. Zulke dingen zijn voor ons ook puur genieten."